|
Aan het eind van de jaren 70 is er door de Novem een brochure Fabels in isolatieland voor het eerst uitgegeven. Dit was nodig omdat er een aantal hardnekkige onwaarheden of halve waarheden bestonden m.b.t. energiebesparende maatregelen. De brochure bevatte toen 9 fabels. Nu, ongeveer 20 jaar later, blijken veel van deze "fabels" nog steeds te leven, soms in enigszins gewijzigde vorm, zoals dat met fabels gaat. Er zijn zelfs fabels bijgekomen. Toch blijft het zinvol om mensen, die werkelijk willen weten hoe dingen in elkaar zitten, de juiste informatie te geven. Voor meer informatie over de fabels en energiebesparing kunt u terecht bij Koston of uw energiebedrijf
'Een donkere radiator geeft meer warmte af dan een lichte'. Donkere kleuren zenden meer warmtestraling (infrarode straling) uit dan lichte kleuren. WAARHEID: Donkere kleuren
zenden precies evenveel warmtestraling uit als lichte kleuren, behalve
metaalhoudende verven; die stralen minder uit dan gewone verven. De fabel
vindt vermoedelijk zijn oorsprong in het feit dat een zwart vlak dat in
de zon ligt, veel warmer wordt dan een wit vlak. Dit komt doordat het
"zichtbare" deel van de zonnestraling ook in warmte kan worden
omgezet. Bij een wit vlak wordt veel zonlicht teruggekaatst en weinig
in warmte omgezet, voor een zwart vlak geldt het omgekeerde. Bij radiatoren
en kachels is er alleen sprake van warmtestraling, ze zenden geen licht
uit zoals de zon. Een witte radiator geeft dus net zoveel warmte af als
een zwarte. 'Een vloer met tegels of plavuizen voelt koud aan bij blote voeten of kousenvoeten. Vloerisolatie verhelpt dit'. Door
goede isolatie voelt de vloer warm aan. De stenen vloer voelt na isolatie onder de vloer nog steeds niet warm aan, als er met blote voeten of met kousenvoeten overheen wordt gelopen, ondanks de wat hogere temperatuur van het oppervlak. De warmte van onze voeten stroomt makkelijk weg in plavuizen en onze voeten worden koud. Voor tapijt geldt dit veel minder en onze voeten blijven aanmerkelijk bij aanraking warmer. Bij een stenen vloer is dit probleem op te lossen door: vloerverwarming
aan te brengen.(Wel de vloer isoleren!) Vloerisolatie
(PUR of het Bodemhyrolatie-systeem) werkt goed als het om energiebesparing
gaat en werkt comfort verhogend. Koude-uitstraling en koudetrek nemen
sterk af. 'Geïsoleerde muren kunnen niet meer ademen'. Als muren niet meer kunnen ademen, wordt het binnen te vochtig. WAARHEID: Op zichzelf
is het natuurlijk al onzin dat muren zouden kunnen ademen. Men bedoelt
echter, dat er door de muren vocht uit de binnenlucht naar buiten wordt
afgevoerd. De hoeveelheid vocht die door muren wordt afgevoerd, is meestal
niet meer dan enkele procenten. Het merendeel wordt door ventilatie naar
buiten afgevoerd. Het al dan niet isoleren van een muur heeft dan ook
geen merkbare invloed om de luchtvochtigheid van de binnenlucht. Overigens:
behang op een binnenmuur van een woning is circa 1000 keer zo dampdicht
als 6 cm gebonden EPS parels (is de gemiddelde spouwbreedte). 'Een spouw, dat wil zeggen een luchtlaag in een constructie, isoleert goed. Isolatie in de spouw is dus overbodig'. Een stilstaande luchtlaag isoleert goed. Het vullen van een spouw met isolatiemateriaal is dus zinloos. WAARHEID: De lucht
in een spouw staat nooit "stil", er is altijd een luchtstroming
waardoor warmte wordt afgegeven. Voorts is het zo dat, bijvoorbeeld bij
een spouwmuur, het warme binnenspouwblad warmte afstraalt naar het koude
buitenspouwblad. Deze warmtestraling gaat dwars door die luchtlaag heen
en vormt ca 80% van de totale warmteoverdracht. Vulling met een isolatiemateriaal
vermindert de warmteafgifte door luchtcirculatie en straling grotendeels. 'Spouwen in muren mogen niet volledig worden gevuld met een isolatiemateriaal'. Er moet een geringe luchtspouw blijven bestaan die met de buitenlucht wordt geventileerd, zodat er: - geen regendoorslag
optreedt;
Als aan het
"mits" wordt voldaan, behoeft men voor het onder a. genoemde
niet te vrezen. Inderdaad zal het buitenblad, gemiddeld genomen, wat natter
zijn. Dit is echter normaliter geen bezwaar. N.B. 'Als het buiten vochtig en koud is, kun je beter niet ventileren'. In de herfst en in de winter is het buiten veel vochtiger dan binnen. Door te ventileren komt deze vochtige lucht de woning binnen, waardoor er sneller vochtproblemen ontstaan. WAARHEID: Normaal gesproken is de buitenlucht droger dan de binnenlucht. Ventileren verlaagt het vochtgehalte in de woning. Buitenlucht
voelt in de herfst en winter vaak vochtig aan, maar lucht met een lage
temperatuur bevat toch maar weinig waterdamp. De binnenlucht heeft het
vochtgehalte van de buitenlucht vermeerderd met het woonvocht dat in huis
wordt geproduceerd (koken,was drogen,planten, mensen, etc.). Door te ventileren
stroomt droge buitenlucht naar binnen en wordt vochtige binnenlucht naar
buiten afgevoerd. Als er niet genoeg wordt geventileerd, stijgt door het
woonvocht het vochtgehalte van de binnenlucht. Dit kan schimmelgroei tot
gevolg hebben. 'Spouwmuurisolatie leidt tot condensatie en schimmelplekken op het behang'. Er zijn veel gevallen bekend waarbij, na het isoleren van de spouw, condensatie en schimmelproblemen optraden. WAARHEID: De vochtigheidsgraad in een woning wordt voornamelijk bepaald door de hoeveelheid woonvocht en door de mate van ventilatie. Isolatie heeft hier, strikt genomen, geen invloed op. Nu kan het soms voorkomen dat er te weinig ventilatievoorzieningen (klepraampjes, ventilatieroosters, ventilatie kanalen, etc.) in een woning zijn, maar dat er desalniettemin via kieren en naden "onbewust" voldoende wordt geventileerd. Het risico van schimmel of condensatie wordt dan groter. Het is van
groot belang voor een gezond binnenmilieu dat in elk vertrek goede ventilatievoorzieningen
aanwezig zijn. Normaal is dat het geval en levert het isoleren geen problemen
op. 'Bij dubbele beglazing heeft men geen last meer van beslagen ramen'. Toepassing van dubbel glas heeft tot gevolg dat de temperatuur van de ruit aan de binnenzijde hoger wordt en dat er daardoor geen condensatie meer optreedt. WAARHEID: Toepassing
van dubbel glas heeft als gevolg dat de temperatuur van de ruit aan de
binnenzijde hoger wordt, waardoor onder "normale omstandigheden de
ramen niet beslaan. Tijdelijk kan er echter wel condensatie optreden,
bijvoorbeeld op het raam in de keuken tijdens het koken. Ook als er veel
mensen aanwezig zijn (feestje), is het heel normaal dat de ramen beslaan. 'Om een frisse slaapkamer te krijgen, moeten de ramen de hele dag open staan'. Hoe meer frisse buitenlucht er in de kamer komt, des te beter en des te gezonder. WAARHEID: Naast het
tijdelijk luchten door de ramen te openen, is het nodig om de slaapkamer,
op zijn minst de tijd dat men er vertoeft, normaal te ventileren; dat
wil zeggen klepraampje op een kier of ventilatierooster open. 'Het heeft geen zin een deel van de woning te isoleren als de rest niet wordt geïsoleerd'. Als slechts een deel van een woning wordt geïsoleerd, ontsnapt de warmte toch nog via de ongeïsoleerde deel. Het isoleren van een stuk muur is zinloos als niet de rest van de gevel, het dak en de vloer, wordt meegenomen en er geen dubbel glas wordt geplaatst. WAARHEID: Als een deel van de constructie (bijvoorbeeld de zijgevel) wordt geïsoleerd, zal er minder warmte door dat deel verloren gaan. Het warmteverlies door niet geïsoleerde constructiedelen (bijv. de voor en de achtergevel) zal hierdoor niet toenemen; immers het temperatuurverschil tussen de binnen en buitenmuur is niet veranderd, net zo min het isolatieniveau van de constructie. De afname van het warmteverlies door de geïsoleerde constructiedelen leidt dan ook zonder meer tot minder stoken, dus energiebesparing. N.B. Het
geniet de voorkeur de gehele schil van de woning te isoleren en niet enkel
bepaalde geveldelen. Wanneer een muur slechts gedeeltelijk geïsoleerd
wordt kan er condensatievorming optreden op de scheiding tussen het wel
en niet geïsoleerde deel met alle gevolgen van dien. Uw isolatiebedrijf
kan u hierover informeren. 'Als een koudebrug (een deel van de constructie met een lager isolatieniveau) wordt geïsoleerd, slaat het vocht neer op andere plekken in de woning'. Het vocht zoekt in dat geval andere plekken in de woning op en daar zal dan vervolgens condensatie of schimmelgroei optreden.
Condensatie
en schimmelvorming ontstaan bij een, gedurende langere tijd, hoog vochtgehalte
in de binnenlucht in combinatie met een kouder binnenoppervlak van de
constructie. Het kan zijn dat de oorzaak vooral ligt in een te hoog vochtgehalte;
dan is meer of verstandiger ventileren geboden of het verminderen van
de hoeveelheid geproduceerd woonvocht. Als de koudebrug een te laag isolatieniveau
heeft, dient deze te worden geïsoleerd, zodat de temperatuur van
het oppervlak hoger wordt. Als er andere koudebruggen zijn, die een ongeveer
een even slechte kwaliteit hebben, is het aan te raden ook hier maatregelen
te treffen. In dat geval zijn daarmee de problemen opgelost. 'Een enkel glas klepraam voorkomt een hoog vochtgehalte in de woning'. Als het vochtgehalte tot een bepaald niveau stijgt, zal het enkel glas klepraampje beslaan en op die manier blijft het vochtgehalte in de lucht beperkt. WAARHEID: De productie
van woonvocht in een huishouden ligt in veel gevallen tussen de 8 en 16
liter per dag. Deze hoeveelheid wordt d.m.v. ventilatie naar buiten afgevoerd.
Zeer ruim geschat condenseert er per dag een kopje water op een klepraampje.
Het zal duidelijk zijn dat dit verwaarloosbaar is vergeleken met de hoeveelheid
woonvocht die men per dag in de lucht brengt. Een enkel glas klepraampje
kan daarentegen wel een handige verklikker zijn zijn voor een wat hoger
vochtgehalte, in die zin dat men er meer op attent wordt gemaakt dat het
verstandig is wat meer te ventileren als het raampje is beslagen. 'Als je ventileert, stook je voor de mussen'. Energie is duur; het is zonde om al die warme binnenlucht zomaar naar buiten te laten ontsnappen. WAARHEID: In een woning wordt de lucht verontreinigd door menselijke activiteiten en in mindere mate door stoffen die uit huisraad en bouwmaterialen vrijkomen. Roken, verbrandingstoestellen (bijv. geisers zonder afvoer) en CO2-produktie door de mens, vormen belangrijke bronnen van verontreiniging. Zelfs uit luchtverfrissers komen nogal eens schadelijke stoffen vrij. Ook een hoog vochtgehalte heeft invloed op de binnenlucht kwaliteit vanwege een grotere kans op de ontwikkeling van schimmels en huisstofmijt, die aanleiding kunnen geven tot allergische reacties. Voldoende ventilatie is zonder meer noodzaak voor een gezond binnenmilieu en dat kost energie. Met verstand ventileren wil zeggen altijd een zekere "basisventilatie" en, op momenten dat de lucht wordt verontreinigd, extra ventileren (bijv. koken, feestjes, schilderen, roken, etc.). ©Internet
Pleinen BV 2003 |
![]() |
||||